Wat helpt?

Logopedie heeft wel geholpen, vooral als ik iets wil vertellen, om stap voor stap te denken.

Speciale scholen geven al meer aandacht, dus dat is wel goed. De meester en juffen moeten gewoon echt accepteren. Want als ze daar op school komen om les te geven, moeten ze ook niet leerlingen pesten die meest spraakproblemen hebben. Maar ze moeten wel begrijpen: je zit wel op een speciaal onderwijs, dan heb je sowieso wel een probleem. Elk mens is anders, moet je gewoon accepteren wat je wel kunt en wat niet kunt.

Niet te lange verhalen vertellen. Want bij te lange verhalen dan kan ik het moeilijk verstaan enzo. Niet te langzaam en niet te snel praten. Uit laten praten.

Gebaren helpt! Ik kon nooit op woorden komen en dan maakte ik hele verhalen er omheen. En toen kwam ik in een groep slechthorenden en toen leerde ik ook gebarentaal. Omdat ik de woordenschat… op woorden komen, ging veel vlotter als ik er gebaren bij gebruikte. Qua gebarentaal gaat het gemakkelijker, maar dan hoef je ook minder woorden te gebruiken. Want je doet niet ‘de’, ‘een’, ‘het’.

Met huiswerk van een moeilijk vak dan ga ik altijd naar mijn vader toe en die leest ‘t dan weer door, en die vertelt dan even de punten en legt het uit, en dan moet ik daar een samenvatting maken, kijkt hij het nog na, en dan verbeter ik het als het nodig is.

Op een rustige manier dingen uitleggen.

Met schoolwerk. Mijn moeder typt dat dan uit. Gewoon een kort samenvattinkje, maakt ze mijn moeder dan. In een grote letter. En dan dat begrijp ik gewoon beter.

Mijn ouders helpen met huiswerk om het meer uitgebreider uit te leggen. En overhoren als ik een SO heb.

Ik ben meer iemand als je me voorbeelden laat zien dan werkt het echt in één keer al te weten.

Ik zat op een hele fijne school voor mij, omdat je daar kreeg je gewoon werktijd, en dan mocht je gewoon zo lang doen over je werk als je nodig had. Dus ik had gewoon extra tijd voor mijn taal en ik kon korter doen over mijn rekenen.

Als een Nederlandse film is, heb ik ondertiteling eronder, anders versta ik hun niet zo goed. Er zijn dan toch mensen die met elkaar praten in huis. Dan heb ik liever ondertiteling eronder dat ik het wel beter snap.

Als iemand met je meegaat naar werk die kan uitleggen, iemand die je kan helpen dingen te verwoorden. Als je alles in je eentje zou moeten doen, dan zou je het niet echt redden.

Als foto’s of plaatjes gewoon aan één kant staan en tekst aan de andere kant.

Mijn baas om zo maar te zeggen, die heeft dat toen verteld aan mijn collega’s van wat het precies inhield. En vroeg zij het ook weer aan mij, van ‘wat was’.. want we hadden nou precies van ‘hoe zit dat nou’, ja, dan kan dan kan ‘k het nog wel een keer uitleggen, want dan weet ze al wat ik heb.

Mijn juffen en meesters die helpten me goed, goed leven. Op woorden kunnen komen.

Ik kreeg op school extra tijd voor taal, en ook extra begeleiding voor taal. Ik moest kleine tekstjes lezen van een A4-tje. Alle woorden die ik daar niet goed uitsprak, die kwamen op een flitskaartje, en dan moest ik dat elke pauze flitsen, en dan een keer per week lazen we die flitskaartjes nog een keer, en dan las ik hem eigenlijk altijd sneller, en dan kreeg ik weer een
nieuwe. Zo ging dat dan elke week. Daardoor ben ik lezen wel een stuk leuker gaan vinden.

Plaatjes helpen wel om iets duidelijk te maken en woordweb ook. Een web waar een woord bij hoort.

Gamen helpt. Want dan praat ik ook meer eigenlijk en dat moet je ook initiatiever zijn. In het spel moet je het echt zelf doen. Niemand die zegt van: ‘hé je moet daar eens naartoe. En dat neem je mee naar de buitenwereld.

Ik weet dat ik met Kurzweil, dat ik dan hogerop kon. Zo heb ik ook mijn examen gehaald. Zelfs Engels!

Ze geven me op de nieuwe school veel meer tijd om wat te bedenken. Nu kan ik het beter volhouden want in me oude school moest ik altijd eventjes alleen omdat ik altijd achter lag.

Internet helpt. Ik gebruik het veel vaak. Als ik gewoon iets moet lezen gewoon, dan doe ik het gewoon. Weet ik een woord niet, typ ik effe in en dan klaar. Kan ik het effe lezen.

Met toetsen hebben ze gezorgd dat ik in een apart lokaal ging zitten en dan was er een leraar bij mij die als ik een vraag niet wist dan kon ik roepen dat ie ‘m voorlas.

Meestal als ik televisie kijk dan lees ik het verhaal een beetje van voren af. En nou ga ik ook naar een film toe, en dan heb ik ook al een beetje wat gekeken van ‘waar gaat die film over’ enzo.

Als ze ESM uitleggen. Als ik bijvoorbeeld stage moest lopen dat die mensen dan ook wisten van wat ik precies had, want eerst moest ik het de heel tijd zelf vertellen van wat ik had, ja dat vond ik wel lastig.

Dat ze rekening houden ermee. Op mijn werk doen ze nu gewoon ‘eerst die opdracht doen’, en als ik daar klaar mee ben, dan de volgende. Of ze schrijven op van: ‘kun je dat doen?’

Vaak als mijn vriend en ik ruzie hebben gehad, dan bel ik nog vaak mijn ouders. Vaak mijn moeder dan. Mijn moeder is meer voor de contacten met mijn vrienden en familie en dat soort dingen, als ik daar problemen mee heb, en mijn vader is dan meer voor school, als ik daar problemen mee heb, dus dat is wel grappig.

Als ik iets ga ondertekenen, dan neem ik mijn vader mee. Mijn vriend heeft er verder ook geen verstand van wat er nou in moet staan, dus dan nemen we waarschijnlijk gewoon mijn vader mee, en vragen we van of hij mee wil om het huurcontract in ieder geval goed te lezen, en het een beetje toe te lichten, en wat wat is, en het desnoods een beetje uit te leggen. Verder andere formulieren, ja, mijn ouders die doen eigenlijk nog heel veel voor mij. Die
betalen mijn verzekering nog enzo, dus.. ja, daar heb ik ook niet zo heel veel nog mee te maken.